Een van de twee toespraken gehouden bij de opening van tentoonstellingen in de
Leidse Universiteitsbibliotheek


We leven in een gevaarlijke wereld en we worden door duistere machten omringd.
In de wereld van de Islam is, zoals uit deze tentoonstelling blijkt, het gevoel dat dit
inderdaad het geval is, dieper geworteld dan bij ons in Nederland. Misschien mogen
we het vermoeden, dat we door gevaarlijke vreemden worden omringd zoals dat in
Nederland aanwezig is, vergelijken met een hardnekkige en akelige verkoudheid,
waar desalniettemin toch nog wel mee te leven valt. Als die vergelijking houdbaar
is, dan moeten we de hevigheid van dat gevoel in de wereld van de Islam toch
vergelijken met een heftige longontsteking waarvan, bij gebrek aan antibiotica, de
afloop hoogst onzeker genoemd moet worden.
Dat is daarom zo interessant omdat het schuldgevoel over het in Nederland
bestaande racisme en de in Nederland plaatsvindende discriminatie van vreemden
de afgelopen decennia geleid hebben tot allerlei wet- en regelgeving die
discriminatie en racisme strafbaar stelt. Wanneer iemand zou overwegen die
Nederlandse wetgeving ook toe te passen op de hier verzamelde en tentoongestelde
boekjes uit de Islamitische wereld, dan zou het op het Leidse politiebureau al gauw
doordringend naar overwerk gaan ruiken.

De hier tentoongestelde teksten en boekomslagen zijn, eenmaal in het Nederlands
vertaald, discriminerend voor elke vreemdeling, vrouw, erotomaan, Armenier,
fundamentalist, jodenman, andersdenkende, neger, belegger, toneelspeler,
balletdanser en musicus -- kortom voor elke Ander in de ruimste zin des woords.

Al die Anderen worden met grote vastberadenheid geïdentificeerd, en vervolgens
gedemoniseerd. En iedereen weet wat er met demonen gebeuren moet: demonen
moeten worden uitgedreven en uitgesloten. Uitgesloten worden klinkt als onschuldig
sociologenjargon, maar voor wie uitgesloten wordt, is uitsluiting niet leuk en niet
onschuldig. Een uitgeslotene heeft, behalve het machinegeweer, tegen uitsluiting
niet veel meer verweer dan de uitspraak van Groucho Marx, overgeleverd en
bekend geworden dankzij Woody Allen: 'Ik zou geen lid willen worden van een club
die mij als lid accepteert'.
Het is in dit licht van wat er hier verzameld ligt dan ook niet raar dat duizenden
inwoners van de Derde Wereld hun eigen bestaanszekerheid niet hoog inschatten,
zich in die Derde Wereld niet veilig voelen, zouden willen aankloppen bij de vrije
wereld, en in steeds groter getale dat dan ook daadwerkelijk doen. De opvattingen
die we in deze snaaks geïllustreerde hier tentoongestelde werkjes tegenkomen zijn
de opvattingen van de elite van de Islamitische wereld, dat weet eigenlijk iedereen
wel. Maar het zijn ook populaire voorstellingen die de almachtige en
alomtegenwoordige censuur zoals die in de Islamitische wereld bestaat, niet
ongeschikt heeft gevonden om in het openbaar te verspreiden. Wie daar niet
onrustig van wordt, heeft gebrek aan inlevingsvermogen. Wie merkt dat hij door dit
soort drukwerk wordt aangewezen als er niet bij te horen, zal op zijn minst voor
zijn kinderen een toekomst elders willen zoeken.
Misschien zou u tegen willen werpen dat dit soort boekjes niet algemeen is, niet
makkelijk of op veel plaatsen gevonden kan worden, en dat het in zekere zin om
een randverschijnsel gaat. Die tegenwerping is goedbedoeld, maar snijdt geen hout.
Veel van het drukwerk dat hier ligt en dat zoals u weet is verzameld en beschreven
door Arnoud Vrolijk en Jan-Just Witkam, heb ik zelf, soms op geheel andere
plaatsen en soms ook in heel andere landen, ook aangetroffen. Ik had eigenlijk
nooit gedacht dat ook dit soort boekjes in de UB thuis hoort, maar door dat te
denken heb ik me toch schuldig gemaakt aan het koesteren van goedbedoelde maar
daarom nog niet onschuldige misvatting.
Een bibliothecaris hoort nu eenmaal geen censuur uit te oefenen op wat er in zijn
cultuurgebied omgaat en op wat zijn bibliotheek hoort te bewaren, net zo min als
een onderzoeker de opvattingen van de wereld waarnaar hij onderzoek naar doet,
behoort te censureren. Weinig is zo schadelijk als gecensureerd onderzoek, weinig
berokkent mens en maatschappij zo veel schade als onderzoeksresultaten
aanpassen aan wat wenselijk en politiek correct gevonden wordt. Dus moet een UB
inderdaad dit soort prachtboeken opzoeken, catalogiseren, beschrijven en goed
bewaren.
Een rijke bron van dit soort gruwteksten zijn de Arabische boekwinkels in de oude
stad van Jeruzalem. Gruwteksten uit de hele Islamitische en Arabische wereld
liggen daar broederlijk bijeen. Wie snel een met Leiden concurrerende verzameling
wil aanleggen, bespaart zich veel reis- en verblijfskosten door daar met een grote
koffer heen te reizen. Het spijt me, maar het is niet anders. Anderzijds geeft dit
misschien ook een aanwijzing voor waar we de sleutel tot de oplossing van het
raadsel van dit fenomeen van uitsluiting en demonisering moeten zoeken. Wie wordt
gedemoniseerd en uitgesloten heeft het niet makkelijk, en weinig groepen zijn zo
uitgesloten en gedemoniseerd als juist de Palestijnse Arabieren. Juist in hun
boekwinkels treffen we nu wereldcollecties aan van dit soort uitsluitings- en
demoniseringslectuur.
Zou het soms kunnen zijn, geachte toehoorders, dat de uitsluiters zelf uitgeslotenen
zijn? Wanneer we kijken naar de mannen, en vrouwen, die zich in Nederland
schuldig maken aan demonisering en uitsluiting van anderen, ligt het voor de hand
te concluderen dat inderdaad de plegers van die soort uitsluiting zelf, zij het op een
ander niveau, uitgeslotenen zijn. In dat geval is enig mededogen op zijn plaats, ook
jegens de auteurs van de hier verzamelde boeken en de door de auteurs beoogde
lezers van al dit prachtigs. In dat geval doen we er misschien goed aan om voorbij
deze tentoonstelling te kijken, en demonisering en uitsluiting, waar we dat ook
tegenkomen, voorzichtig en beschaafd te bestrijden. Maar, u begrijpt het al, dat
kunnen we dan maar beter niet doen met het wapen van de demonisering en de
uitsluiting.
Duistere machten.
05-05-2007
Uitspraak van Mohammed. Opgetekend door Sahih Muslim. Boek 19.
" 19.4321: Toen de Profeet werd gevraagd over het doden van heidense
vrouwen en kinderen bij nachtelijke razzia's zei hij: Het zijn ook heidenen."